verRIJKEnde opVOEDING.

Al een tijd volg ik op sociale media de school van mijn kinderen. Het is prettig om als ouder up-to-date te blijven van welke activiteiten er zich binnen/buiten de school afspelen. Doorgaans ‘like’ ik. Afgelopen week een gevoel van ‘dislike’! Alleen, die knop bestaat niet. En enkel een like/dislike is ook zo nietszeggend.

Als Feie de school inloopt en doorgeeft dat hij eerst nog naar de tandarts gaat, vraagt zijn lerares dit ook door te geven bij de juf van de verrijkingsklas. Wachtend op mij in de deuropening meldt hij mij zijn eerstvolgende bestemming.

De juf loopt op mij af met de vraag hoe laat we een afspraak hebben. Zij zou met de groep op excursie gaan. Naar de McDonalds. Een rondleiding waar Feie dan nog bij aan zou kunnen sluiten. Like!

Wanneer ik Feie afzet na het tandartsbezoek is de rondleiding al in volle gang. Een prettige sfeer. Vragende kinderen. Verwonderde blikken.

’s Avonds valt mijn oog op een foto. Blije kinderen voor de McDonalds. Lachend, zwaaiend en het laatste slokje. Het bekertje uitknijpend. Tot op de laatste druppel geslaagd lijkt me!?

De eerste reactie onder de foto die ik lees verbaast me!

Dat vind ik jammer... Van wie komt dit initiatief?’

Deze opmerking kan natuurlijk vanalles betekenen. Van het jammer vinden niet te kunnen participeren tot het oordeel op de McDonalds. Ik ga uit van het eerste. Totdat ik verder lees… Mijn mond valt open. De honger vergaat me!

Ik heb van S. net geleerd dat McDonalds echt best gezond is!Terwijl de rest van de wereld juist steeds beter snapt dat het superslecht is. Misschien toch een misser, dit?
En een andere ouder post nog een link, de 14 ingrediënten van een frietje.

Oké, wat een uitstapje naar de Mac al niet kan losmaken. Ik verbaas me. Los van het oordeel op de ‘Mac’, vind ik het juist een positieve ontwikkeling dat een school de moeite neemt leerlingen de wereld te laten zien!

Ik weet nog goed dat we een jaar of acht geleden ontdekten dat er een traditionele vernieuwingsschool in onze wijk stond. Een Montessori-school. En laat Maria nu een sterk pedagogisch statement hebben gehad: ‘Help mij het zelf te doen!’

Parallel aan Maria Montessori leefde Janus Korczak, voor mij een pedagogiekheld. Als ik de reacties onder de foto zie staan, denk ik aan zijn statements: ‘we kunnen ons kind geen vrijheid geven, zolang we zelf geketend zijn’ en ‘uit angst voor de dood van het kind, ontnemen we hem vaak het leven’.

Statements die neigen naar zelfopvoeding, met de kanttekening dat je altijd een ander nodig hebt om te ont-wikkelen! En het toeval wil dat kinderen ouders/opvoeders hebben. Niet voor niets. Net als dat de school onderdeel is van het leven van een kind. opVOEDING als centrale rol in het leven van een kind. Opvoeding verrijkt. Net als excursies dat doen. Kinderen laten ontdekken. Details en het grote geheel leren (over)zien. Hen leren hun eigen plek in te nemen. Het zelf te doen!

Kinderen zijn kinderen, leven in het moment. Zij zijn (nog) niet bezig met oordelen. Hebben (nog) geen angsten over wat er in voedsel zit. Kinderen verwonderen. Bevragen ons. Leren langzaam en spelenderwijs de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te dragen.

Een MISser wordt gezegd. Ik weet het niet. Welke impact zou dit bezoek aan de McDonalds op de lange termijn hebben voor Feie? Ik ga er niet eens over nadenken!

Vroeger toen ik net zo oud als Feie was, gingen we tijdens een kinderfeestje naar de McDonalds. Toen nog de Mac met rood en geel. We kregen ook een rondleiding. En mochten daarna zelf hamburgers bakken.

Een avontuur!
Ik was niet bezig met waar het vlees van een hamburger vandaan kwam.

Mijn pedagogisch statement in deze context zou zijn: ‘Help en leer mij zelf te waarderen!’

Zelf ga ik niet met mijn kinderen naar de McDonalds. Een bewuste keuze. Legitimeren doe ik wanneer zij met de vraag komen! Tegelijkertijd leer ik hen gezond te leven. En bewust keuzes te maken. Waarom wel/geen vlees bijvoorbeeld. Een keus die zij uiteindelijk zelf mogen maken. Als zij die verantwoordelijkheid kunnen dragen.

Een McDonalds uitsluiten heeft weinig zin in mijn ogen. Hetzelfde willen we doen met roken, alcohol en drugs. En ik denk aan Korczak.

Ik wil mijn kinderen leren hoe zij hun plek innemen. Hoe zij sterk in de wereld kunnen staan. En dat wil ik samen met hen verkennen. Van en met elkaar leren! En daarin mogen de diversiteit van mensen en plekken op de wereld er zijn. School speelt een belangrijke rol. Er gaat niets boven samen opvoeden van kinderen. Samen onze kinderen verder brengen. Luisteren, volgen, spelen, ontdekken en open de wereld in. Educeren!

Wanneer we denken in ‘missers’ en oordelen, hoe leren kinderen dan zelf waarderen?

Drie over vier.

Op weg naar het zwembad met de mannen. Lekker zwemmen, oefenen en spelen: heerlijk! Jonah fietst voor het eerst op zijn 'nieuwe' fiets. Een tijdje voor zijn verjaardag hebben we een tweedehands Beach Bike gekocht.

Helemaal trots op zijn fiets geniet hij van het gesprek over zijn fiets. De oudste, zeven, zit bij mij achterop. Hij bewondert Jonah's nieuwste aanwinst en samen vuren zij vragen af.

Ik leg uit wat er allemaal vernieuwd is. Hoe je een fiets in en uit elkaar haalt. En dat mamma zijn fiets gespoten heeft. Beide geïnteresseerd in het proces van schuren en spuiten vertel ik ze dat pappa de fiets eerst roestvrij gemaakt heeft.

Van achterop de fiets uit het niets een scherpe verwachting:
Dat hoef je zo niet te zeggen hoor!
Wat verbaasd over deze uitspraak bevraag ik Feie. Nieuwsgierig en verwonderd ben ik benieuwd wat hij eigenlijk wil zeggen.
Je hoeft niet 'pappa' te zeggen hoor. Ik ben geen vier meer!
Na een kort moment van stilte stromen tranen van het lachen over onze wangen. Wat is het toch fijn om te weten dat kinderen de openheid hebben om te zeggen wat in hun opkomt. En tegelijkertijd wordt het zo helder waar zij zich in hun eigen proces bevinden!

Samen leren, leven en genieten van elkaars groei.

Natuurlijk zullen er ook wel ergens roestplekken ontstaan of te vinden zijn. Bewustzijn creëert de voelbare ruimte om alles tegen elkaar te mogen zeggen. Een fractie van mijn oude pijn ‘heb ik iets verkeerd gezegd' kon ik loslaten. Even schuren. De lach en tranen deden de rest! Polijsten.

Pappa heeft het begrepen!

Mensschap vraagt oefening!



Het houdt me bezig. Parijs. Dat ene beeld. Die voor even eenzame man.
En dan die tweet van ‘een leerling’, als reactie op de gebeurtenissen. Vertrouwen in jezelf! Mooi.


Bijna tegelijkertijd zie ik op Facebook een bericht voorbij komen. Over Aboutaleb, de burgervader van Rotterdam. Op de dag van de desbetreffende aanslag, sprak hij zich uit. Vooral zijn emotie. Begrijpelijk! Hij is het zat! En ik lees die ene tweet van ‘een leerling’ nog eens. Zou Aboutaleb boos zijn? 

Natuurlijk is hij boos! Wie niet. Dat wat er is gebeurd, is verwerpelijk. Zo ver mogelijk.
En tegelijkertijd direct mijn vragen als ik de uitspraken van Aboutaleb in Nieuwsuur hoor:

wat drijft iemand tot een actie als deze?
Wat maakt dat we als samenleving weinig oog hebben voor emoties van anderen?
Hoe draagt satire bij aan de open dialoog, juist ook tussen de tekenaar/schrijver en ontvanger?
Welke verantwoordelijkheid hebben de media?

Het houdt me bezig.

Er ontstaat een wisseling van woorden met Marcel Kesselring. Prettig om gedachten te ordenen. Ze een plek geven te geven. Het mezelf verhouden tot anderen, andere meningen en het verkennen en scherpstellen van mijn taak en rol als opvoeder en leraar.
Ronald, ik ben van de dialoog maar soms houd het echt op. Weet niet met welke dialoog je deze mensen nog überhaupt kan bereiken of had kunnen bereiken - niets verplicht je om in Frankrijk of Nederland te wonen, toch?
Met welke dialoog je deze mensen kan- of had kunnen bereiken. Nu? Geen enkele!
Het gaat om wat we nu wel kunnen doen. Ik denk terug aan ‘een leerling’.
Mensen gaan naar andere landen. Ze rotten op! Om daar te leren hier pijn te doen. Wat leert dat ons?
Ik vind wel dat we veel meer moeten weten hoe het zover komt dat mensen radicaliseren.”
Deze ‘vraag’ naar perspectiefname is geniaal! Eerst begrijpen. Ik zou het ook willen weten. Wat drijft hen tot gedachten die werkelijk die niet de mijne zijn? Hoe leg ik mijn kinderen uit hoe zij zich verhouden tot acties en gebeurtenissen als deze? Kan ik hen het onderliggende verklaren? 

Mag ik denken dat een oordeel ontstaat vanuit onwetendheid? Gebrek aan (zelf)vertrouwen?
Blijkbaar woekert er al jaren iets in de westerse samenleving, misschien is dit nu juist het moment dat Europeanen dichter bij elkaar komen en dat dit de echte dialoog start "wat voor Europa zijn we en willen we zijn”."
Woekeren. Een bijzonder woord. Ongewenst groeit er iets voort. Het functionele waarom van geschiedenis. Wat was ooit en is de functie van een wapen? Het spel van macht en onmacht. Over uitsluiten gesproken. Eeuwenoud. 

Een leerling benoemt: ‘als je sterk genoeg bent’. Een sterker ‘wapen’ is er volgens mij niet. In je kracht staan! Dicht bij jezelf. (zelf)Vertrouwen volgt. 

En waarom alleen Europeanen? Het start bij het gezin, de klas en de buurt. Waar ook ter wereld. Waar ook ter wereld is de mogelijkheid er om te leren sterk genoeg te zijn. Om te oefenen. We noemen het opvoeding en onderwijs. Cultuur bepaalt, het gesprek als brug naar anderen.

De dialoog, het gesprek door woorden. Zolang we dezelfde betekenis aan woorden geven en de moeite doen het onderliggende gevoel samen te ervaren. De tijd nemen om te luisteren naar wat er gezegd wil worden. Vragen helpen mij dat wat gezegd wil worden te snappen. Mijn mening en argumenten te verruimen. Begrijpen vraagt oefenen mijn perceptie ‘even’ los te laten.

Het gesprek waar emoties mogen zijn. Pokon voor de relatie. Waar kwetsbaarheid juist kracht is. Waar persoonlijke inzichten bijdragen aan persoonlijke groei. Vanuit ‘het zelf’ naar de ander. Insluiten.

Daarom zou ik de vraag ‘klein’ willen beginnen. Less is more!

‘Wie ben ik en hoe verhoud ik me vreedzaam 
tot mezelf, de ander en de wereld?’

De vraag die in mijn ogen de essentie is van opvoeding en onderwijs. Kinderen bevoorwaarden zichzelf te blijven (her)ontdekken. Ieder met zijn/haar eigen verhaal.
Ronald, helemaal eens met je opmerking dat we bij onderwijs moeten beginnen, daarom vind ik dat we het op scholen veel meer moeten hebben over burgerschap, veel belangrijker dan al toetsen. De eerste vraag van een onderwijsinspecteur moet zijn: wat doe jij structureel op school met kinderen met burgerschap. En nee, burgerschap is geen vak, het is de kern van onderwijs.
Bij onderwijs beginnen. En ouders dan? School is natuurlijk ook opvoeden. Het lijkt me daarom belangrijk om als school met ouders in gesprek te gaan. Over hoe zij ‘school’ zien, ‘opvoeding’ en ‘burgerschap’. Maar ook over de gebeurtenissen in Parijs. Afstemmen. Iedereen hoort erbij. Ook de verhalen van ouders.

Burgerschap, voor mij een statisch begrip. Dat komt omdat je het kind leert een ‘burger’ te zijn. Vrijheid binnen kaders. Alsof de democratie de absolute waarheid is. Wat sluit het uit?

Mensschap klinkt natuurlijk niet. De inhoud: leren om zelf ‘sterk te zijn’. Vragen durven stellen. Vreedzame keuzes maken. Als mens van waarde zijn. En vooral veel oefenen! Fouten mogen maken en door fouten te vieren groeien. Open met elkaar absolute waarheden in twijfel trekken. Met oog en respect voor diversiteit in mens en visie.

Het vraagt verantwoordelijkheid. Om binnen de vrijheid van de kaders keuzes te maken, te starten en te voorleven. Om iedereen te betrekken in het proces. Ook een, in een democratische rechtstaat gevormde, inspectie binnen onderwijs.
Helaas lossen we daar de problemen van vandaag niet mee op en in dat opzicht ben ik het met onze burgemeester eens. …
Probleem. Wat is een probleem? Volgens mij niets anders dan een brug tussen de situatie NU en de gewenste situatie. Vandaag is nu, dus hoe kan welke brug dienend zijn. Samen de ‘waarom’ onderzoeken.

Vele meningen over het wel/niet bespreken van de gebeurtenissen in Parijs met kinderen zie en hoor ik voorbij komen. Vaak met argumenten om het gelijk te verankeren. Het houdt mij bezig, maar mijn kinderen en leerlingen ook? Zo nee, wat maakt dat ik het wel zou bespreken? Meenemen als verhaal, ‘inspiratie’ en voorbeeld wanneer de eerste vraag komt!

Op HetKind.org lees ik een les van Roel van Dael. Hij raakt met zijn woorden: ‘De werkelijkheid bestaat niet uit losse feiten en gebeurtenissen, maar uit relaties! … Dan kunnen we de leerinhoud onmogelijk in vakjes gaan opdelen. De ecologische, sociale en economische aspecten zijn namelijk onlosmakelijk verweven met elkaar.’ De holistische benadering juig ik toe!

Hij legitimeert: ‘We krijgen dus te maken met tal van duurzaamheidsvraagstukken, waar we niet zomaar een oplossing voor vinden. ... We moeten het totaalbeeld achterhalen! Dit kan enkel door over te schakelen naar een constructieve systeembenadering. We laten de kinderen, die van nature systeemdenkers zijn, zelf hun kennis ontwikkelen! …’

Kennis construeren door de dialoog met elkaar aan te gaan. De opvoeder/leraar niet als alwetende, maar samen elkaars kennis open leggen, delen en holistisch te benaderen. Samen onderwijs maken en dragen. Waar rolwisseling (apprenticeship) er mag zijn! En daar kunnen we vandaag al mee beginnen. 

Wat het vraagt?

Kwetsbaarheid en moed. Zonder (waarden)oordeel, wel/niet vanuit oude pijn, het gesprek durven aangaan met de ander. Bewust zijn van je bewustzijn. De objectieve subjectiviteit ont-moeten. Dan de ander. De open vraag naar (kinderlijke) verwondering. Waarderen van waarden. Het conceptualiseren en vormen van een standpunt dat op voorhand flexibel is, waar ieder mens en iedere situatie uniek is.

Ik denk terug aan ‘een leerling’. Zij weet het, schrijft ze. Voor haar en nu, in deze situatie. Zij als leermeester, ik lees als apprentice. Ik voel dat het nog ergens wringt. Voor mij en in deze situatie. Vertrouwen in jezelf. Het was er volgens mij. In de ander ook. Maar in het leven?


The New

Tussen kerst en oud&nieuw er even tussenuit. Samen met mijn vrouw, vriendin, mijn meisje. Naar de stad waar ooit de basis werd gelegd. Precies tien jaar geleden, het najaar van 2004. In een brakke Ford Transit op weg naar Stockholm. We kenden elkaar net een week. Zagen elkaar echter al een jaar. De liefde voelde sterk en vertrouwd. Samen op avontuur, onze eigen ’24 uur met’. Met elkaar en een vegetarisch HARTige taart. 

Naar Stockholm om daar de indie-band Blackstrap op te halen. Nu samen zijn naar een witte stad.

Dit keer vliegen we. Twee uur in de lucht, een stuk sneller. Ook de temperatuur in Stockholm is anders. Toen ver boven nul, nu minus achttien.

Stockholm. Een heerlijke stad met een fijne energie, vriendelijke mensen en mooie plekken. Alleen al daar zijn is goed en rustgevend. 

In de tussentijd zijn we er vaker geweest. We weten de weg, kennen nog steeds niet iedere plek. De korte dagen zijn bijzonder, de cafeetjes snel gezocht. Lezen, schrijven en goede gesprekken. Kalibreren. De liefde voor elkaar ijken aan wat we voor elkaar voelen. Moeilijke tijden helen. Nieuwe inzichten versterken.

Als we de tweede dag het Moderna Museet binnen lopen valt mijn oog direct op een kunstwerk van Charles Ray. The New Beetle. Zo puur. Zo wit. Een kind spelend met een Kever. Die van Volkswagen.

Het waren de Herbie-films waarin ik de Volkswagen Kever leerde kennen. Een kever met een sterke eigen wil. Authentiek. Het nam zijn ruimte in en ging voor zijn doel. Net een kind, zo open. Ik genoot van die spelende eigen-wijsheid.

Als ik het kunstwerk zie denk ik ook aan het kleine beestje. De kwetsbare vleugels onder het schild. Vliegen. De jongen houdt deze Beetle aan de grond. Wat als het Herbie zou zijn?

Als kind speelde ik ook met auto’s. Dat moment dat ik in het gras lig voor ogen. Verwonderend kijken naar die kever op zijn rug. Trappelend weer grond onder zijn poten te voelen. Zo kwetsbaar. Zelfs met schild.

The New Beetle, de ‘volwassen’ versie van die oude Herbie-kever. Ik heb me altijd afgevraagd wat ik van deze transformatie vond. Weerstand was voelbaar. Ik was niet uitgespeeld.

Ik zie de jongen spelen met The New Beetle. Bekijk ‘m vanuit alle hoeken. Een jong kind dat speelt en leert volwassen te worden. De compositie raakt me. De openheid. Alles mag er zijn, in het pure van het wit. De kwetsbaarheid. Een eigen persoonlijkheid. Leren van het oude & nieuwe! Met liefde.

Meesters in Pesten #2

...of eigenlijk ‘Meesters over pesten’! Het was de titel van een workshop die ik, samen met Marije Boot, gaf voor leerkrachten en schoolleiders bij een groot schoolbestuur in de kop van Noord-Holland. Het doel was inzicht geven in het ‘functionele waarom’ van pesten in een systemische context. Niet over methoden of protocollen. Maar over dat wat werkt. En vooral waarom het zo werkt. Hij deelt in deze bijdrage  zijn ervaringen.

Op dit moment ligt er veel nadruk op het bestrijden van pestgedrag. Deze middag keken we op een andere manier naar het omgaan met pesten, waarbij het pesten zelf niet wordt bestreden, maar eerder wordt gezien als een uiting van iets anders. Bestrijden voedt het oordeel op pesten en houdt daarmee het achterliggende pestsysteem in stand. Vanuit interpersoonlijke dynamieken kijken we naar wat eigenlijk ‘achter de woorden’ die gebruikt worden, schuil gaat. We geloven dat alleen door het zonder oordeel kijken naar wat er IS, ruimte ontstaat om de onderliggende patronen te zien.

Voordat deze ‘andere kijk’ doorgang kan vinden, is het belangrijk om bij jezelf – vanuit je eigen systeem – te ervaren hoe jouw innerlijke houding is ten opzichte van pesten. Maar ook hoe je pesten hebt ervaren, hoe je er wellicht onderdeel van bent (geweest) en hoe jouw biografisch verleden daar onderdeel van uitmaakt. Want je eigen waarneming begrijpen, omvat ook de oplossing voor pestgedrag.


Vanuit mijn dagelijkse praktijk als groepsleraar in het vso bracht ik persoonlijke ervaringen uit mijn groep. Het verhaal en mijn interventies waren de leidraad voor mijn vraag: ‘wat wil er gezien worden wanneer er gepest wordt en wat vraagt dat van mij als leraar?’ Vervolgens voegde Marije haar betekenis toe aan de casus, vanuit het systemisch waarnemen.

Rob staat bij de kast. Hij wil zijn werkblad perforeren. Als Tommie onopgemerkt aan komt lopen en de kast opent, raakt hij Rob in zijn buik. Rob ontvlamt ogenschijnlijk uit het niets, Tommie schrikt hiervan en blijft wat verbaasd en verstijfd staan.
Vanuit het andere lokaal komt Jacky aangesneld. Hij heeft Rob wel vaker op deze toon horen schreeuwen. Volgens hem moet een ‘zwakkere’ wel vaker het onderspit delven. Jacky houdt beide uit elkaar en schrikt vervolgens van zijn eigen actie. Hij wil zorgen voor één van de twee, terwijl hij niet gezien heeft wat er gebeurde…
In eerste instantie houdt hij zich sterk, maar als Jacky afstand neemt, lijkt Tommie zijn emoties niet in bedwang te kunnen houden. Met tranen in zijn ogen en het verdriet verbijtend, loopt hij weg naar zijn tafel.
Vanuit de andere kant van de klas roept Luuk wat richting Tommie.
De maat is vol en Tommie draait zich om. Hij loopt naar Luuk en geeft zijn grens aan. Luuk lijkt de groepsdruk te voelen en blijft uitdagen. Tommie verliest zijn controle: hij uit een bedreiging aan het adres van Luuk. Gevolgd door een schop!
Als leraar neem ik de regie over en leg de les stil. We bespreken met elkaar wat nu precies de aanleiding is. We construeren wat er gebeurde en in plaats van alle gevolgen, gaan we terug naar waar het begon.
Tommie kijkt wat schuldig naar beneden. ‘Ik wilde een atlas pakken en vergat aan Rob te vragen of hij even aan de kant wilde gaan.’
Rob kijkt wat verbaasd naar Tommie. In zijn ogen is duidelijk te zien dat zijn reactie wellicht wat overtrokken was, zeker nu hij luistert naar wat Tommie zegt. Wie probleemeigenaar is, wordt snel duidelijk en Rob geeft aan dat hij niet zo fel had hoeven reageren.
Nog voordat de situatie helemaal is uitgesproken loopt Luuk op Tommie af en wil hem een hand geven. In eerste instantie lijkt Tommie wat te schrikken. Een snelle handdruk volgt. Op het moment dat ze elkaar aankijken ontstaat bij beide een glimlach op het gezicht. Ze hebben elkaar gezien en zaken die speelden weer teruggelegd op de plek waar ze horen.
En bij mij bleef die ene blik van Tommie, die ‘snelle’ tranen in zijn ogen, nog even hangen.
Van mij als leraar vraagt dit om – samen met de leerling – te leren regie te nemen over wat er gebeurt. Door tijdelijk mijn eigen oordeel, reactie of emotie uit te stellen en samen te onderzoeken wat echt nodig is. Dus ook voorbij te gaan aan mijn eigen ervaringen rondom pesten, toen ik zelf kind was. De valkuil is te denken dat ik handel voor het welzijn van de leerlingen, terwijl ik dan vooral handel in het belang van mijn eigen welzijn…

Voor mij begint het met open kijken naar wat er is, met het neerzetten van een setting waarin vertrouwen en verbinding van belang zijn. In een dergelijk veilige setting kan ik luisteren naar wat de het kind werkelijk te zeggen heeft, ook als zijn waarheidsbeleving anders is dan mijn eigen waarheid. Samen op zoek – doorvragen, ook binnen het onbewuste – naar wat gehoord en gezien wil worden.

Als we tijdens het kamp een nachtspel gespeeld wordt, komt Tommie bijna ontroostbaar uit het bos gelopen. Hij wordt WEER gepest, voor zover ik kan opmaken uit zijn hevige emoties!? Hij weet dat voor mij de aanleiding van belang is. Na wat externe attributie – en het probleem bij de ander leggend – wordt ook zijn eigen aandeel verkend. Dit vindt hij ontzettend moeilijk! Tommie lijkt zich minder bewust te zijn van wat zijn gedrag met de ander doet.
Tijdens het gesprek in het bos wordt het voelbaar dat er bij Tommie ‘oude pijn’ zit achter zijn verdriet. Dat wordt waarneembaar in alle uitspraken en antwoorden op de vragen die ik hem stel. Ook wanneer er afspraken worden gemaakt voor de terugweg, verzandt hij in een oud patroon in de hoop zichzelf zo staande te houden…
Een dag later zijn we in het zwembad. Ook hier komt Tommie melden door verschillende leerlingen uitgedaagd te worden. Hij verwacht dat er direct een consequentie voor de ander dient te volgen. Het gevoel van ‘slachtoffer’ is duidelijk voelbaar. Wat zit eronder? Ik besluit met hem te gaan zitten en de tijd te nemen om uit te zoeken waar het ‘m in zit. Op zoek naar een lege tafel neem ik onderweg een paar emmertjes uit het peuterbad mee.
Als we zitten neem ik samen met hem de situaties door. Ik stel de situatie op en alle door hem genomen acties beschouwen we samen. Als ik hem vraag wat maakt dat hij niet uit de situatie stapt, en hem dat visueel maak door het ‘dader’-emmertje over het emmertje dat voor hem staat te zetten, breekt hij. ‘Weglopen doe ik niet, want ik wil niet de zwakkeling zijn!’
Door zijn opmerking en eerdere situaties die Tommie meemaakte, speelt voor mij de vraag op hoe het komt dat Tommie zich steeds door anderen gepest of uitgedaagd voelt? Tegelijkertijd vermoed ik ook dat er een patroon in zijn eigen systeem zit wat dit veroorzaakt. En precies op dit punt voel ik een grens aan wat ik als leraar voor hem kan betekenen. Mijn manier van omgaan met heftige gedragsuitingen in mijn groep is samen met leerlingen te kijken naar waar de onmacht in communicatie en omgaan met emoties zit. En dit te vertalen naar verantwoordelijkheid, zelfbewustzijn en eigen leiderschap. Dit lijkt in het verhaal van Tommie echter niet meer de oplossing.

Marije vervolgt en stelt bij ‘lastig gedrag’ – zoals pesten – de volgende vraag: ‘wat wil het fenomeen pesten in beeld brengen? En wat gebeurt er als pesten er niet mag zijn?’ Zou dat kunnen betekenen dat wat het pesten in beeld wil brengen, er ook niet mag zijn? Misschien wat ‘vaag’, maar concreet zou een consequentie daarvan kunnen zijn dat er mogelijk nog meer gepest gaat worden. Dit om juist iets wel in beeld te krijgen…


‘Pesters zijn vaak onbewust verbonden met daders in een familie,’ legt Marije uit. ‘Soms ook in eerdere generaties. Deze daders zijn vaak uitgesloten in het familiesysteem. Dan wordt er bijvoorbeeld niet meer over die persoon gesproken in de familie. De functie van pesten is dan deze dader weer in beeld te brengen. Dat is nodig om het systeem weer compleet te krijgen, dus ook MET de dader erbij.’


‘Veel gebruikte anti-pestprogramma’s richten zich op het aanpassen van het gedrag, of het inzicht geven in wat het effect van pesten is. En op zich kan dat best werken. Alleen kun je jezelf afvragen of daarmee de achterliggende oorzaak (namelijk de verstoring in het systeem) wel gezien wordt. En als dat niet gezien wordt, is de kans aannemelijk dat het pestgedrag weer terug komt. Of dat een kind ander afwijkend gedrag vertoont.’


‘Pas als je als leerkracht achter het gedrag van de leerling kan kijken, kan dat wat door het gedrag in beeld gebracht wordt, gezien worden. Maar hoe doe je dat dan als leerkracht? Want in feite heb jij geen weet van wat er in het familiesysteem van een kind heeft afgespeeld. Kinderen weten dat vaak zelf overigens ook niet.’


Oefenen
In de workshop hebben we geoefend met een groep leraren, schoolleiders en intern begeleiders. Enkelen van hen representeerden de leerlingen uit de klas, en een persoon stond als zichzelf voor deze groep. Zij kreeg een vel papier voor zich met daarop de tekst ‘Pesten is hier niet toegestaan’. Zonder deze tekst hardop uit te spreken keek ze naar de ‘leerlingen’. Bij het bevragen wat er gebeurde, reageerden de ‘leerlingen’ met woorden als: onrustig, niet gezien worden & opstandig.


Vervolgens kreeg de leerkracht voor de groep opnieuw een vel papier met de tekst ‘pesten hoort erbij’. De ‘leerlingen’ reageerden hier heel anders op, zonder te weten wat er op het papier stond! Zij gaven aan rustig te worden, nieuwsgierig te zijn en de beweging naar haar toe te willen maken. De leerkracht zelf gaf aan in beide gevallen ook hele andere emoties waar te nemen. ‘De intentie die je hebt,’ vertelt Marije, ‘bepaalt blijkbaar het gedrag van de leerlingen. En dat wat je buitensluit, geeft reden tot onrust. Het is de kunst om als leerkracht het gehele kind met diens hele familiesysteem in je hart te sluiten. Als pestgedrag er van jou niet mag zijn, kan het dus zijn dat het kind er nog harder aan gaat werken om dat, wat niet gezien mag worden, aan het licht te brengen. Als slachtofferschap bij jou irritatie opwekt, voelt een kind onbewust dat het dat in beeld wil brengen.’


De dynamieken in je eigen achtergrond zijn vaak een overlevingsmechanisme geworden in je eigen systeem. En dat neem je soms mee naar je werk. Dus als jij je eigen dynamieken kent, kun je zelf ook vrijer naar je leerlingen kijken.


Het lijkt me te gek om deze ervaring, samen met de kennis van Marije verder te brengen en andere leraren, schoolleiders en intern begeleiders te inspireren! Hen meenemen in de wereld van ‘het systemisch kijken’ en naar de dynamieken in de groep.

Verontschuldig mij!

De deur van mijn leidinggevende staat open. De twijfel voorbij loop ik naar binnen. Op het moment dat ik mijn verontschuldigingen aanbied kijkt ze me wat verwonderd aan. Dit was wel het laatste wat ze had verwacht. Ja, ze hoorde het goed! Verontschuldigingen van mij, over de leraar die ik het afgelopen half jaar ben geweest.
De aanleiding weet ik nog goed. 6 januari 2014, 08.05u. Bij binnenkomst direct naar het kantoor. De gedragswetenschapper en intern begeleider langs beide flanken. Drie vliegen in één klap, het moment!
Ik heb mijn kerndocumenten niet af!
Sterker nog, ik ben er niet eens aan begonnen…
Zo, dat was eruit! Alle drie keken ze me wat glazig aan. Mijn leidinggevende brak het ijs. Teleurgesteld. Voor de kerstvakantie hadden de documenten al af dienen te zijn. Of was het de verwachting?
In de vakantie tijd voor bezinning, de weerstand werd duidelijk: ik geloof niet meer in het document. Al jaren eigenlijk niet meer. Steeds dat argument: een document waar het om de kern van het kind gaat wordt gevuld door het kind, diens ouders én mij! Echt samen. Dat. Juist nu, omdat er zoiets als Passend Onderwijs voor de deur staat…
Toch maar volgen.
Niet gehoord en gezien worden.
Vooruit willen.
In overeenstemming met mezelf en mijn idealen.
Eigen leiderschap nemen.
Professioneel handelen vanuit visie!
Na een dag vol gesprekken heldere ‘laatste’ woorden van haar:
…de inspectie wil dat deze documenten er zijn.
En daarbij, je wordt betaald voor deze opdracht!
Nee. En nee! Ik ben zo klaar met dat angst-denken. Klaar met conformeren vanuit gebrek aan vertrouwen, samen bouwen en oog voor wat nodig is. Ik word overigens betaald voor goed onderwijs! Door het ministerie nota bene. Oh, en ik ga ook graag in gesprek MET de inspectie. Echt samen. Dat.
Zo vlak voor de zomer vind ik het meer dan tijd mijn handelen te reflecteren. Naast dat ik zelf recht heb op zoiets als een functioneringsgesprek, hebben mijn leerlingen daar ook evenveel recht op. Want als ik betaald word voor goed onderwijs, mag afgevinkt worden of ik daaraan heb voldaan. Niet aan eisen. Maar om mezelf opnieuw uit te vinden. Ont-wikkelen. Leren als proces. Vers het nieuwe schooljaar in. Versie 9.0

Zelf vind ik dat ik teveel met mijn eigen ontwikkeling bezig ben geweest. Met het oefenen inzichten te voorleven. Vormen van mijn wil en drive. Over wat ik goed onderwijs vind. En vernieuwbouw. Samen met collega Florus Bertens een plan schrijven. Een plan dat mij dwingt mezelf te onderzoeken. Scherp te stellen. Kalibreren. Het ijken op basis van waarden vanuit ervaring en inhoud. Over wat onze jongeren in het Voortgezet Speciaal Onderwijs nodig hebben.

Ik verontschuldig mij. Aan haar. Aan hen.
Zij knikt. Ontvangt. Waardeert en geeft groen licht.
Zij bevragen. Waarderen en vliegen uit.
Het is wat het is. En het is goed!



!! Aanleiding voor het (eindelijk) publiceren van deze blog volgde na een uitnodiging van Karin Winterseen bijdrage aan #onderwijsmoment. Een dag te laat. Om meerdere redenen. Het is zo. Karin, veel dank voor je uitnodiging! Je hebt me weer een stuk verder gebracht in mijn proces. De uitdaging om mij te focussen op dat ene moment maakte veel los. Herbeleven en tegelijkertijd sterk voelend in welke richting ik me beweeg. #thnX! !!