Straf op tijd

Hij heeft het er al weken over. School. En in het bijzonder over de activiteiten die de dag net iets anders maken: muziekles na school, het schoolreisje, de juffendag, zwembad- en waterpistolendag, de musical, de films in plaats van de rekenles, de ruildag en het welkom van de aanstaande groep-drieƫrs. Vol enthousiasme vertelt hij over zijn belevingen en wat de aankomende dagen en weken met hem doen.

Tijd is voor hem een relatief begrip. 'Nu' is duidelijk. De vraag ‘hoeveel nachten slapen’ ondersteunt hem dagen te ordenen. Het gevoel van tijdsduur te ontwikkelen. Spanning ervaren en het een plek te geven op zijn eigen tijdlijn. 

Al een dag of twaalf gingen zijn ogen in de ochtend, middag en avond vaker naar de klok. De ‘hoeveel nachten’-vraag transformeert in ‘de grote wijzer‘-bevestiging. Om zeven uur ’s ochtends weet hij over hoeveel uur de groep-vierders voor even zouden uitvliegen naar groep vijf. En dat hij, samen met de overgebleven klasgenoten, de nu nog kleuters zou ontvangen. Spelend op de drempel, hij als oudste in de klas.

Tijdens het tienminutengesprek vorige week luisterden we de eerste vijftien minuten naar zijn tegenvallende resultaten. Van begrijpend lezen tot de kwartieren in het uur die nog niet geautomatiseerd waren. De CITO lag uitgedraaid op tafel, de kleuren ons welbekend. De tijd van analyses leek voorbij. 

Een vraag kwam in mij op. Of hij zijn werk begrijpt en wel eens vragen stelt? Over nachten of grote wijzers. Over het construct van de vraag, het belang van de context, samenhang van teksten en/of formuleren van het antwoord. Een vragende blik kwam ons tegemoet.

Ja, een goed idee het hem te vragen...

Wat verwonderd sloot hij tijdens het gesprek aan. Een vragen- en woordenvuur probeerde hij te verwerken. Steeds kleiner wordend liet hij de eerste zinnen indalen. De boodschap die ik eruit filterde, begreep en hoorde was: durf te vragen! De veiligheid lijkt te ontbreken. Wellicht wat wederzijds begrip.

Wat spokend in het donker wordt hij vannacht wakker. Verschillende nachtmerries volgden elkaar op. Het bed van ons, ouders, biedt de veiligheid die hij nu zo nodig heeft. Wat hij droomt houdt hij voor zichzelf. Heeft nog niet de taal zijn dromen woorden te geven. Herbeleven is nog te lastig. Delen een uitdaging.

Deze ochtend is hij niet wakker te krijgen. Half opstaan en weer gaan liggen met dichte ogen die niet open zijn geweest. Vier keer een kwartier later komt hij op school aan. Uitslapen wordt het wel eens genoemd. Bijkomen is wat het was. Met ‘ongeoorloofd’ wordt de veroordeling geveld. Het warme welkom is een tijdloze kilte.

Morgen gaan we luisteren. Naar het perspectief van de leerkracht. onGEoorLOOFd zal vast ONGEHOORloofD zijn. Het volgen van protocollen zal een eigen proces blijken. Een dictee waar hij middenin aansluit. Storend. Een absentielijst die nog onderweg is naar de klas. Drukte. 

In de ochtendstress zullen we snel moeten zijn. Op naar school! En in de deuropening roept hij hard naar binnen: “Het is kwart over acht, we moeten gaan anders krijg ik straf!”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen