Ter aarde gestort

‘Dat ze mij op de grond legden vond ik niet eens zo erg. Dat begreep ik nog wel. Maar waarom dreigen ze de politie te bellen en doen ze dat niet? Dan had ik tenminste mijn verhaal kunnen doen. En dat begrijp ik dus niet. Ik snap daar niets van! Iets zeggen maar niet doen…’
Een dag eerder. Daar lag hij dan. In het gras. Gevloerd. In vaktermen noemt men dat ‘gefixeerd’. Twee leerkrachten boven op Jannes. Als leerling hoop je dan maar dat de DDG-training is blijven hangen. Dreigend en Destructief Gedrag. Een vrij eenzijdige benaming trouwens. Ik denk dat Bakker & Bakker-Radbau (1981, Verboden Toegang) zich wel even achter de oren zullen krabben.

Jannes wilde Amber aanvallen. Dat was in ieder geval wat gedacht werd. De aanleiding voor de inzet. Of was het een aanname? Speelde angst misschien mee?

En wat nu als Jannes daadwerkelijk Amber iets aan wilde doen... Zou Amber dit niet zelf kunnen handelen? En preventief: hoe leren leerlingen geweldloos te communiceren en compassievol om te gaan met elkaar? Is ingrijpen überhaupt wel helpend en constructief? En hoe past het recht op herstel in het geheel? De mogelijkheid samen het gesprek aan te gaan. Samen afspraken maken. Leren luisteren naar elkaar. Elkaar begrijpen. Waarderen...

Uitdagingen genoeg!

Maar wat maakt nu dat Jannes boos was op Amber?
‘In de klas verstoorde Amber de les. Ik sprak haar aan en toen begon ze mij uit te dagen. Andere leerlingen en de juffrouw probeerden mij te helpen waardoor ik het uitdagen kon negeren.
In de pauze ging Amber ineens voetballen. Zij voetbalt nooit mee! Ik voelde dat ze mij moest hebben, maar ik kon haar natuurlijk niet verbieden om mee te doen…
Toen ik tijdens het spel een stap naar achteren deed stond ik op haar tenen. Ze had slippers aan, dus ik begrijp dat het niet fijn is dat ik erop stond. Ze begon te schelden. Ik negeerde het nog. 
Kyan begon zich er ook mee te bemoeien en wilde mij duwen. Ik draaide me wat om, was boos en schopte gefrustreerd wat tegen takjes en blaadjes richting hen. Ze bleven doorgaan. Toen ik tegen ze wilde zeggen dat ze moesten stoppen met schelden legden de leerkrachten mij op de grond.’
In zijn hoofd is het zo helder. Zijn omgeving interpreteerde het anders. Jannes’ waarheid tegen die van zijn veel grotere omgeving. Geen verbinding. Geen begrip.

In het proberen los te komen raakte Jannes de geblesseerde knie van één van de leerkrachten. Een trap terug volgde. ’Zo, nu weet je ook eens wat ik voel!?’ Enige constructieve oplossing bleek verre van dichtbij. Was het de macht over de controle? Of was dit hoe onmacht haar weg vond?

Jannes leek zijn eigen controle volledig kwijt te zijn. Was het zijn frustratie? Boosheid? Zijn roep om veiligheid? Onbegrip? Een deur en een kliko moesten het ontgelden.

Als ik hier een dag later met hem over in gesprek ben, verandert zijn ontspannen gezicht in een onzekere gespannenheid. In alle rust laat ik hem verder vertellen. Soms alleen een ontvangstbevestiging. Soms een korte verduidelijkingsvraag. Full focus luisteren! De details helder krijgen!
‘Ik was boos en had het gevoel dat ik wéér de schuld kreeg, sloeg en schopte wat om me heen. Dat had ik niet moeten doen. Ik raakte zijn zere knie. Ik snap ergens wel dat hij mij trapte, ik had rustig moeten meelopen. Maar de opmerking ‘zo, nu weet je ook eens wat ik voel’ snap ik niet. Zoiets zeg je toch niet tegen een leerling?’
Zo onzeker als dat Jannes is, getekend door zijn biografisch verleden, geeft hij toch een heldere en scherpe analyse! Wat een kracht in zijn kwetsbaarheid. Zo jammer dat hij het zelf nog niet kan zien. Maar fantastisch dat hij het mij wel al laat zien. Aan mij de taak om het hem te laten zien.

De stem van de leerling is voor mij de basis, of de feitelijke waarheid nu wel of niet klopt. Niet alleen woorden spreken verlangens uit. Het zijn de details waarin de wens verborgen ligt. Aan mij om het pad naar deze soms diep weggestopte behoefte te vinden. Vertrouwen, mijn oor en vragen als gereedschap. Ruimte en veiligheid zullen voelbaar worden.

Jannes mag oefenen, leren en toetsen. Hij leert reflecteren, open te staan voor en met anderen de relatie aan te gaan. Zichzelf kwetsbaar opstellen. Ik mag hem spiegelen, hem teruggeven wat hij mij geeft. De leraar in zichzelf ontwaken!

Over uitsluiten gesproken #2: 'een dikke middelvinger naar…'

‘Hij heeft autisme, dus dat kan hij niet!’ Het was het eerste dat ik hoorde toen ik mijn toenmalige adjunct-directeur, tevens leerlingbegeleider, vroeg of één van mijn derdejaarsleerlingen stage mocht lopen bij een kinderdagverblijf.

Wáaaaat!? We hadden het toch over Joey, een enthousiaste en goedaardige jongen die na zijn vmbo-periode heel graag naar de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk (SPW) zou willen.

Ik stond perplex, mijn mond viel wagenwijd open. Een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een wens van een leerling en nul perspectief? Waar was ik in beland? In een oerwoud, zo bleek later, waarin percepties van de doelgroep echt niet strookten met de mogelijkheden, talenten en ontwikkelingen die ik als leraar bij veel leerlingen zag. Vanuit het denken volgens het medisch model werden benaderingswijzen geïmplementeerd, naar de leraren - laat staan leerlingen - werd niet of nauwelijks geluisterd.

Later - verderop in mijn loopbaan - bleek deze school in haar aanpak niet op zichzelf te staan. Eén van de klasgenoten van Joey, Mirabel, had zich ingeschreven voor de Politieacademie. Daar werd ze niet aangenomen. Een maand of twee werkte ik met haar en ik herinner me nog goed dat ik haar handelingsplan las. Daarin stond wat knullig beschreven dat zij zeer onbeschoft kon zijn naar de leerkracht.  Ik proestte een net genomen slok water uit en de geconcentreerde, stille werksfeer maakte plaats voor een schaterlach.

Mirabel zat vlak voor me en schrok van het onverwachte geluid. Op de vraag of zij haar handelingsplan al eens gelezen had, volgde een ‘nee’ en verwachtingsvol keek ze me aan. Ik vertelde wat er op papier stond geschreven en vroeg of zij zichzelf erin herkende. Nu volgde een resolute ‘NEE!’ Terecht! Als er iemand sterk, stoer en rechtvaardig zou zijn, was zij het wel.

Mirabel won ooit een debatwedstrijd in het Provinciehuis. Dus ja, een mening en argumenten had ze zeker. Heerlijke discussies leverde dat op. De lessen werden er levendig van. Ik begrijp het wel. Als je geen weerwoord als leraar duldt, dan heb je een moeilijke aan haar… Nee, voor mij was ze een voorbeeld voor andere leerlingen en lag ze zelfs goed in de groep. Onbeschoft? Mag je misschien als puber nog onbezonnen zijn? Wat beeldvorming en eigen (voor)oordelen al niet kunnen doen.

Bovenstaande ervaringen dateren alweer van zes jaar terug.. En toch raakt het me nog steeds. De lach zit er, maar ook de frustratie én de boosheid. Je zou zeggen dat er in de tussenliggende periode toch wel wat veranderd  zou moeten zijn. Bovendien, vanaf 2004 zijn we in onderwijsland bezig om passend onderwijs te introduceren. Maar niets is minder waar. Recent heeft de ‘weigerschool’ haar opwachting gemaakt. Het beestje heeft een naam gekregen. En het begrip is langzaam ingeburgerd. Ontwikkelingen die volgens mij alleen maar verliezers zal opleveren. Sterker, door dit soort berichten wordt het bouwen van bruggen alleen maar lastiger. Het voedt de beeldvorming en het stigma dat bepaalde scholen en bepaalde mensen niet deugen!

Voor de duidelijkheid:  het recht op onderwijs mag een mens niet worden ontnomen, dat lijkt me volstrekt helder! Toch? Maar hoe worden leerlingen met andere onderwijsbehoeften verder gebracht? Hoe doen zij binnen en buiten scholen kennis en praktijkervaring op?

De ‘standaard’-informatie volstaat niet meer. We worden uitgenodigd om te kijken én te handelen buiten de kaders. Zonder kaders zou trouwens alles mogelijk zijn. Dan zou een schoolleider, een politiefunctionaris of zelfs een directeur ‘je bent niet welkom’ of ‘dat kan jij niet’ niet eens verzinnen!

Hoe ver strekt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van scholen?

In het Eindhovens Dagblad las ik een artikel. Het begint met een vraag: Hoe ver strekt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van scholen? Ik denk heel ver én ook weer niet. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Van de leerling, de ouders en de leerkrachten die onderdeel zijn van een schoolgemeenschap en daarmee deel van de samenleving zijn.

We hebben in Nederland een systeem bedacht waarbij kinderen relatief vaak en lang op school zijn. Dat betekent ook meer ‘opvoedtijd’. Tijd om samen (leerling - leerkracht) af te stemmen en te onderzoeken wat nodig om alle (kern)doelen te halen, juist als je anders dan ‘standaard’ leert! Soms is een klein hulpmiddel al voldoende, een andere of volgende keer vergt het (veel) meer tijd. Ben je als onderwijsinstelling ook niet verantwoordelijk voor het welzijn en het leren van ieder kind?

Hoe kan de verantwoordelijkheid worden verdeeld?

Het start vanaf het moment dat leerlingen een stem krijgen, ouders participeren binnen een school (ja, dat is investeren en inherent met het aangaan van het ouderschap) en het beleid opgesteld en gevoerd wordt dóór en mét leerkrachten, plus de leiding van een school. Dat vraagt om een andere mindset van alle betrokkenen. Een maatschappelijke bewustwording. Een sense of urgence. Alleen dan kan een verandering ook duurzaam worden.

School draagt maatschappelijke doelen. Maar langzaam maar zeker begint het bij meer mensen door te dringen dat een standaard curriculum daarvoor niet ideaal is, zeker niet voor iedereen. In het woord maatschappelijk staat het begrip ‘maatschap’. Laat dat nu - los van geld -  staan voor ‘een samenwerkingsverband waarin ieder naar eigen aandeel participeert, ‘inkomsten’ worden verdeeld en waarbij middels verbinding iets in gemeenschap gebracht wordt.

Het ‘samenwerken’ lijkt me duidelijk.  Het ‘verband’ bestaat uit leerling, diens ouders, leerkracht, school en eventueel externe partijen. Dat binnen een samenwerking ieder een ‘eigen aandeel’ heeft is eigenlijk ook wel logisch, al vraag ik me soms af of iedereen ook een gezamenlijk doel heeft!? En zo ja, of de doelen voor iedereen helder zijn geformuleerd en van gelijke waarde zijn. Misschien spelen er wel dubbele belangen?

Een ‘eigen aandeel’ kan ook worden gelezen als een eigen professie, met alle verantwoordelijkheden van dien. Of eigen talenten die er altijd zijn en mogen worden ingezet. Een ‘samenwerkingsverband’ is  immers gebaat bij vertrouwen en openheid. Dat voedt de verbinding! Ik heb dat in mijn klas, maar ook in de contacten met anderen en op andere scholen mogen ervaren! Mis je een schakel ,dan houdt het op. Dan krijg je iets van een kaartenhuis.

Het is dus van belang dat er regelmatig wordt afgestemd. En nee, dat hoeft echt niet met ellenlange bijeenkomsten, zeker niet in het digitale tijdperk!

Als ‘inkomsten’ gezien worden als opbrengsten – populair beleidswoord – gerelateerd aan de ontwikkeling die een leerling doormaakt, wat is daar dan voor nodig?  Meer tijd voor luisteren? Afstemmen? Hulp bieden? Een omgeving aanpassen?

Maar wat deel je dan?  ‘What’s in it for me’ houdt veel  samenwerking tegen, hoor ik om mij heen.

Niemand is hetzelfde. Ik leer iedere dag opnieuw van mijn leerlingen. Dat maakt mijn beroep voor mij zo interessant en te gek: van elkaar leren en op een creatieve wijze in een flexibele dynamiek nieuwe (hulp)middelen ontwikkelen. Nee, daar krijg ik geen tijd en geld voor. Ik doe het  omdat dit voor mij ver-DELEN is!

Ik hoop oprecht dat de (term) ‘weigerschool’ snel verdwijnt, net als het stigma op kinderen die anders leren, andere behoeften en ervaringen hebben. Ik gun het alle leerkrachten om de uitdaging aan te gaan het mooie in leerlingen aan hen terug te geven. Daarmee brengen we ze verder, in hun totaliteit, als mens, binnen de gemeenschap, en de samenleving!

Laten we genieten van  de leerlingen die ‘ik kan het wel’ leven. Als ik – zes jaar na dato - hoor dat Maribel werkgevers voor het uitkiezen heeft, verbaast mij dit niets! In de korte tijd dat ik het vehikel heb mogen zijn in haar ontwikkeling viel alles op zijn plek. Ondanks momenten waarop er zand tussen de onderdelen van het ‘samenwerkingsverband’ kwam.


Als onervaren leerkracht voelde ik dat Maribel compleet vastliep, wetende dat het niet aan haar capaciteiten lag. Als je dan uiteindelijk samen op het punt kan komen, waarop het kind – in dit geval Maribel  - de regie  overneemt en gaat vechten voor haar ‘ik-kan-het-wel’, dan is dat onbetaalbaar!

Maribel heeft bij mij het zaadje van ‘vertrouwen’ doen ontluiken. En misschien is ze in die periode wel een klein beetje onbeschoft geweest. Dan stak ze inderdaad een dikke middelvinger op! Niet naar mij trouwens…




'Het is heel interessant om dingen eindelijk te begrijpen
(zoals die lach met vervolgens de vraag of ik mijn dossier
wel eens had gelezen) en waarom er dingen worden
gedaan voor mij en andere leerlingen die je als puber/
leerling niet snap of niet wil zien.' - Maribel



Mijn jaarwoord voor 2014: dOEN!

Eigenlijk wist ik het in 2013 al, dus lang hoefde ik niet over een jaarwoord voor 2014 na te denken. Bevestiging vind ik in het getal veertien. De veelheid van zeven, het getal dat staat voor inzicht, zelfkennis, introvert, lichamelijk, rusteloos, intuïtief, en volheid. Op zoek naar antwoorden. Soms in stilte... 

De optelling van 2+0+1+4 is ook zeven. Twee zevens naast elkaar maakt 77, dat staat voor het verkrijgen van een dieper inzicht, wijsheid en kennis door openbaringen. Dat sluit gevoelsmatig naadloos aan bij de optelling van mijn geboortejaargetal, vijf (1+6+0+8+1+9+7+9, 4(+)1) dat staat voor levendig, blij, impulsief, heetgebakerd en ondernemend. En wat te denken van mijn verjaardag dit jaar, 1+6+0+8+2+0+1+4. Je krijgt tweeëntwintig, een meestergetal dat staat voor grootste plannen en haarscherpe intuïtie.

Zoveel herkenning. Dankbaar voor de vele inzichten van het afgelopen jaar! Afijn, genoeg gegoochel met getallen. Het is tijd voor actie. Het omzetten van de inzichten in concrete handelingen, dat waar ik in 2013 mee startte: waarmaken. Mijn woord voor 2014 is dOEN*!

Voor ik mijn dOEN-lijst van 2014 opschrijf eerst een terugblik. Terug naar 'Op de lijn van twijfel en verwonderen'. Minimaliseren in 2013. Mijn hart volgen was het motto. De bedoeling was minder te piekeren en te twijfelen, minder 'ja!' te zeggen en minder energie naar 'binnen de lijntjes'!? Of dat nu helemaal gelukt is...?

Nope! De waan van de dag en oude patronen hebben er voor gezorgd dat ik op sommige momenten toch weer meer mijn denken heb gevolgd in plaats van mijn hart. En toch nog gericht op de buitenwereld. Het voedde mijn onzekerheid en twijfels. Het grootste inzicht kwam eind 2013. Het besef dat ik echt mag vertrouwen op mezelf. Op mijn gevoel en talent!


Vertrouwen op mijn gevoel, ofwel mijn hart volgen betekent luisteren mijn hart! Dat 'moet' ik dan wel dOEN. Regelmatig vergeten door mijn denken. Keuzes gemaakt zonder eerst even stil te staan. Niet geluisterd naar wat mijn hart vaak fluisterde. Mijn onderbuikgevoel als trouwe partner genegeerd.

Het wordt tijd om nog meer loyaal te zijn aan mezelf, niet te snel te willen gaan, ruimte creëren voor dat wat zich aandient, minder snel ergens enthousiast induiken en achteraf voelen dat het eigenlijk niet de richting is die ik op had willen gaan. Eerlijk te zijn, te horen én voelen welke volgende stap ik ga zetten. 

Ik heb geoefend met minder energie 'binnen de lijntjes'. Met succes! En ik heb me verwonderd over hoe mijn Openheid mensen verbindt en op mijn pad heeft gebracht. Ook het loslaten van verantwoordelijkheden die niet van mij zijn geeft lucht. Problemen daar laten waar ze horen en ingaan op zaken waar ik het verschil kan maken.

Nieuwsgierig blijf ik. Naar mijn vragen en gedachten. Maar ook naar de ander en die wondere wereld waarin we samen leven. Neem geen genoegen met 'het kan niet'! Deze overdenkingen voeden mijn ontwikkeling. Dat maakt me blij!

In 2013 heb ik regelmatig een spiegel voorgehouden gekregen van lieve, fijne mensen**. Of het nu op school, lopend over straat, om de keukentafel, in een bovenkamer, het bos of in een werkplaats was, er ontstonden altijd fijne gesprekken met bijzondere inzichten. Vertrouwen en het loslaten van onzekerheden is wat me uit mijn comfort zone haalt. Spannend en nieuw. Een einde maken aan flowkillers. Dit dOEN voelde als een overwinning!

Het lijstje van vorig jaar blijf ik koesteren. Ik houd het nog even vast, om het vervolgens weer los te laten. Bewustwording als doel. 2014 is nu! Mijn hart vertelt me samen met mijn onderbuik welke richting ik op ga. En die richting wordt steeds concreter. Ruimte geven aan dat wat zich ontvouwt. Tijd nemen en pakken. Het resulteert in de volgende toe-dOEN-ers voor dit jaar:

  • onderwijziger, samen met mijn leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs bouwen aan een onderwijs voor iedereen. Dat dOEN met het statement 'Ieder kind IS zichzelf, voelt zich geZIEN en ont-wikkelt'.
  • ronaldheidanus.nl, mijn eigen onderneming. Wat ik ga dOEN? Kennis delen. Mijn expertise verder brengen. Samen op weg naar open en inclusief onderwijs. MiO als eerste partner.
    En verder blijf ik schrijven. Mooie, krachtige maar ook kwetsbare en reflecterende verhalen en teksten de wereld in zetten. Ter inspiratie, maar ook als 'ondertitelen' van mijn handelen.
  • leerKRACHTkijken, een co-creatief platform waar iedereen kan participeren, samenwerken en wil LEERen KRACHT te zien door te KIJKEN naar de mogelijkheden. Een mix van omdenken, kennisbank en delen van good practice. Doen wat werkt als filosofie. (leer)Kracht zit in iedereen. In onze kinderen, in mij als leraar en opvoeder en in JOU! Er valt genoeg te dOEN nu passend onderwijs als een tsunami ONS onderwijs binnen komt denderen. Een uitnodiging volgt dus snel...
  • Poeheej, een te gekke werktitel voor een project met een fantastische missie! Initiatiefneemster Marieke Zwinkels heeft een fijne groep mensen bijeen gebracht. Dit gaat het dOEN! Daar heb ik alle vertrouwen in...
  • HighGainBoys, een tijdelijke naam voor een nog naamloze band. Vier vaders. Een wekelijkse ont-moeting. Versterkers op elf! Punk. Wat hen staat te dOEN: een eerste plaat uitbrengen in 2014. In welke vorm en onder welke naam is nog geheel onduidelijk...maar die plaat gaat er komen!
  • ROETS, een ambitieus en mooie project van Bianca Blom. Als side-kick mag ik mijn visie dOEN laten spreken. Leuk!
  • ......
  • ......
  • ......dat wat zich aandient.


* Nee, #dOEN is niet verkeerd geschreven. De 'OEN' heb ik overgehouden aan mijn laatste opleiding. Het is een afkorting voor Open, Eerlijk en Nieuwsgierig (wie een bronvermelding heeft...ere wie ere). De 'd' staat voor mij voor Durven, Dromen en natuurlijk Doen! Dat alles vanuit een nieuwsgierige, explorerende en open houding. Eerlijkheid start bij mezelf, trouw en eerlijk naar wat ik voel zorgt voor eerlijk en open handelen naar anderen. De drie-eenheid straalt een positieve energie uit met een naïef karakter. Door dromen en durven te doen ontstaat genieten van het leven!

** Mijn grote dank gaat uit naar mijn liefste vrouw Inge die me in alles support! En ook naar iedereen die mijn verhalen las/leest, deelt en met me werkt en/of heeft gewerkt. Mijn extra dank gaat uit naar: Miriam, Esther, Wendy, Petra, Jetske, Helmer, Marieke, Rob, ErikRusz, Harriët, Marije, Sandra, Edith, Karin en Han, voor wie - en omdat - jullie zijn!

note: wellicht groeit dit blog nog in de loop van het jaar door inzichten en waarde(n)volle gesprekken.

Ik luister niet!

Met een wat onsamenhangend verhaal vloog Sabine, onze gedragswetenschapper, vlak voor het einde van de lesdag mijn lokaal binnen. Of ik haar wilde helpen Michael op school te houden. Hij mocht nog niet naar huis! Eerst een gesprek. Dat er wat was voorgevallen kon ik nog net uit haar woorden opmaken.

Twee minuten later gaat de bel, wens mijn leerlingen een fijne dag en loop naar Michael. Wanneer ik de hoek om loop richting de achtervang - Time-Out -, zie ik Michael mij met een vaart passeren. Rustig volg ik Michael naar zijn klas. Met een zwiep gooit hij de deur open, loopt naar zijn tafel en gooit zijn spullen in zijn tas. Mijn collega - die de dag nog aan het afsluiten is - kijkt wat verwonderd naar wat Michael doet.

In de deuropening blijf ik staan en vraag neutraal: ‘Hey Michael, ik zie dat je gehaast bent. Wat is er aan de hand?’
‘Niks! Ik ga naar huis,’ moppert hij en stampvoetend loopt hij op mij af.

Ik zet een stap naar achter. Michael heeft en neemt duidelijk de regie. Ik volg. In de ruimte die ik hem geef stem ik mijn volgende stap af op zijn energie. Vertrouwen in de positieve keus die hij zal maken leg ik een hand op zijn rechter onderarm. Licht contact om in verbinding te blijven.

‘Michael, ik zie dat boos bent. Het lijkt me nu niet slim om zo de taxi in te stappen. Wellicht maak je een keus waar je later niet prettig bij voelt. Ga eens even rustig zitten!?’

Het samenkomen van onze energieën bracht de omkering. De stoel van de werkplek net buiten de klas schuif ik naar achteren en begeleid Michael totdat hij zit. Hij ploft neer. Ook ik ga op een stoel zitten, dichtbij en een beetje van hem afgewend. Ik leg de leiding weer bij hem. In de dialoog die volgt legt Michael uit dat hij dient na te blijven voor wat er eerder die dag is gebeurd. Het wordt mij duidelijk dat er voor hem juist heel veel onduidelijkheid is…

Langzaam breng ik Sabine in het verhaal. Zij had mij tenslotte om hulp gevraagd en ben toch wel benieuwd naar haar rol en of ik de twee weer nader tot elkaar kan brengen.

‘Ik luister niet naar haar!’
Heldere taal. Nieuwsgierig vraag ik door.
‘Zij praatte streng tegen mij en ik luister niet naar mensen die streng praten!’
Duidelijk!
‘Ow!? Is dat alles’, vraag ik Michael, die mij wat verbaasd aankijkt. ‘Weet juf Sabine ook dat je daarom niet luistert?’
‘Nee!’ volgt na een wat vertwijfelende blik. Die twijfel grijp ik aan om de leiding weer over te nemen en stel voor dat Michael zijn uitleg met Sabine gaat delen. ‘Want als juf Sabine dit niet weet, hoe kan zij dan begrijpen dat jij zo dwars en boos reageert?’

Met een instemmende knik staat Michael op. Iets in zijn lichaamshouding stemt mij niet tevreden. Het is de aarzeling. Ik stel voor om met hem mee te gaan en samen lopen we naar de achtervang waar Sabine wacht. Kort leid ik het gesprek in en wend mij tot Michael met de uitnodiging om haar dat wat hij niet fijn vindt te delen.
Stilte vult de ruimte…

Als een standbeeld staart Michael mij aan. Zijn onzekerheid zet hem op slot. Zijn ogen verraden zijn kwetsbaarheid. Verrast verwonder ik me over zijn vastberadenheid in onze dialoog in vergelijking met zijn voorkomen nu. En tegelijkertijd besef ik dat ik hem misschien wel gruwelijk overvraag. Of is het misschien de druk van het samenzijn met twee volwassen? Schuldgevoel misschien? Schaamte? Een black-out? …?

‘Wil je dat ik je help?’
Nog steeds geen reactie. Eenzelfde blik.
‘Dat ik het vertel.’
Een knipper met zijn ogen volgt. Het non-verbale signaal vindt bevestiging!
‘Weet je ook waarom ik streng tegen je was?’ Schuchter laat hij het initiatief bij Sabine. Michael knikt. Hij beantwoordt in korte zinnen de vragen die Sabine hem voorlegt. Met de afspraken stemt hij in.

Zo groot als dat hij in zijn voorkomen eerder was, zo klein is hij in relatie en communicatie nu. En toch blijft het groots van Michael dat hij zo duidelijk heeft kunnen verwoorden wat hem dwars zat! En wat te denken van het zichzelf kwetsbaar durven opstellen, in een kleine ruimte met twee volwassenen? Hij had ook de keus kunnen maken om agressief weg te lopen. Dit gebeurde eerder. Michael koos voor de moeilijkste weg! Spelen met regie en verantwoordelijkheid, deze uit handen geven, vertrouwen op de ander en oefenen; ervaren en voelen van zijn eigen proces.

Michael geeft mij ook genoeg om over na te denken! Om te beginnen veel vragen. Heeft hij niet te snel de overstap gemaakt naar het voortgezet speciaal onderwijs? Zou een extra jaar SO hem gesterkt hebben in zijn sociaal en emotionele ontwikkeling? Wanneer is zeker dat een leerling ‘klaar’ is voor de volgende stap? Wat is nodig om een goede inschatting te maken van de overgang? Kunnen SO en VSO-scholen niet beter ‘blenden’? Samen één school met als doel leerlingen in hun kracht te zetten! Hen bevoorraden.
Met wat het nu is: Wat heeft Michael nodig om zich veilig te voelen? Hoe kunnen wij als school zijn onderwijsomgeving veilig genoeg maken? Wat is daar voor nodig? En wat heeft hij überhaupt nodig in en voor zijn ontwikkeling?

Maar Michael bevestigt voor mij ook weer eens dat er zonder een goede relatie geen ontwikkeling kan zijn! Het is een samenspel van leiden & volgen én het geven en nemen van vertrouwen. In verbinding zijn. Maar het is ook (door-/voor)zien van de details, luisteren tussen de regels door, ruimte bieden om een leerling zelf regie te laten nemen, te laten exploreren en samen het tempo dat nodig is af te stemmen. Dat is wat dit vak zo mooi maakt!

‘Kom, we gaan naar huis!’ Ik geef Michael een schouderklop en laat hem voelen dat ik trots op hem ben. Samen lopen we naar de taxi. Woorden zijn niet nodig. Het is goed! En daarbij, luisteren naar niets is ook luisteren.


“de beste wense en een gelukig nieuwjaar!”

Vakantie! Om eerlijk te zijn was ik er aan toe. Het verlangen naar ‘even geen school’ groeide de laatste maand met de dag. Opgezogen door werkdruk, of was het de drukte die ik er zelf van maak?

Vlak voor de vakantie hoorde ik Frank Van Massenhove spreken over ‘Het Nieuwe Werken’ en wat het onderwijs hiervan zou kunnen leren. In zijn bedrijf werkt 67% van het personeel voornamelijk thuis. Dit om hen het gevoel van autonomie en familieliefde niet te ontnemen. “Mensen werken wanneer zij willen en gemotiveerd zijn,” legt Van Massenhove uit. Het levert dus ook nog eens motivatie op. Wat wil je nog meer? Mensen die willen gaan ‘voor de zaak’ en dat terwijl ze gelukkig zijn met wat ze doen. Alleen, verbonden aan een school lijkt thuiswerken voor onderwijsgevenden erg lastig. En toch werken er veel thuis… Ik deed dat in ieder geval:

Toen ik net startte in het voorgezet speciaal onderwijs kwam er veel op mij af. Zo is er in het VSO - en mijn ervaring is nog niet anders - een systeem waarin alle kennisvakken door één en dezelfde leerkracht wordt gegeven. Dit omdat leerlingen moeilijk kunnen omgaan met leerkrachtwisselingen, zo werd mij verteld. Het riep het bij mij de nodige vragen op. Is het onderwijs op deze wijze een afspiegeling van de maatschappij? Hoe leren 'speciale' leerlingen wel? Wat hebben ze nodig? Voedt deze werkwijze niet juist het gevoel van 'speciaal'? En wat vraagt deze aanpak van leerkrachten en de kwaliteit van het onderwijs?

Thuis was ik ijverig lessen aan het voorbereiden, toetsen aan het nakijken, handelings-/groepsplannen en kerndocumenten aan het schrijven en alle ouders iedere dag aan het updaten wat betreft de ‘ontwikkeling’ van hun kind. Vaak ging dat ‘ontwikkelen’ over gedrag, want ook in dit systeem lieten leerlingen zich niet kaderen! Om mij heen zag ik het iedereen doen, ik volgde braaf. Zelfs in het weekend had ik regelmatig contact met collega’s over werk.

Met de jaren werd ik ongelukkiger. De antwoorden op mijn vragen waren niet congruent met wat ik in de groep ervoer. Eigenlijk was ik alleen maar dingen aan het doen waar ik het nut niet van inzag of waarvan de opbrengsten niet opwogen tegen de inzet.

In die tijd werd ook mijn eerste zoon geboren. Mijn gedachte dat ik mijn leven nog kon blijven leven zoals ik dat deed was wat te naïef. Naast de slapeloze nachten werd de roep meer thuis te zijn groter. Geheel begrijpelijk, maar hoe moest dat met mijn werk? Mijn eerste spiegel: de balans was ‘een beetje’ zoek…

Ooit vroeg ik tijdens een vergadering om meer tijd op school om handelings-/groepsplannen en kerndocumenten te schrijven kreeg ik enkel verontwaardigde blikken. Het bleef stil. Achteraf werd ik zelfs als ‘oncollegiaal’ weggezet!? Hoe zou de inspectie tegen deze tijdrovende taak en manier van werken aankijken?

Van Massenhove vertelde ook over blank-agenda-dagen, dagen waarop er niets op de agenda stond en je zelf je werk kon inplannen. Zo heb je als fulltimer niet meer dan voor ongeveer 80% werk. Ik dacht terug aan mijn handelingsplannen! Van Massenhove vervolgt met dat er natuurlijk altijd onvoorziene taken bij kunnen komen, maar dat je door blank-agenda-dagen je taken - of zoals hij ze noemt ‘targets’ - goed kan halen. Een mooie uitdaging: de targets van een leerkracht in kaart brengen, daar 80% van nemen en die opnemen in een NJT. Natuurlijk begrijp ik ook wel dat het onderwijs een proces is dat niet zomaar in percentages gevangen kan worden. Het statement echter is mooi: geef ruimte! Binnen mijn groepen was en is dit ook één van mijn statements, ruimtevoor ontwikkeling. Mijn wens is dat dit ook door mijn leidinggevenden wordt uitgedragen…

Het deed me ook denken aan Google Friday. Bij Google mogen werknemers 20% van hun tijd aan bedrijfsverwante zaken werken vanuit hun eigen interesse en talenten. Dat betekent dat wanneer je een goed idee hebt er altijd tijd is om die ideeën uit te werken. Wat als leerkrachten deze ruimte zouden krijgen? Denk aan peerreview, deskundigheidsbevordering, praktijkonderzoek, maar ook aan het ontwikkelen van eigen lesmateriaal... Mijn wens zou het ondersteunen van collega’s in het regulier onderwijs zijn! Twee sporen trekken: zelf het speciaal onderwijs onnodig maken en andere leerkrachten empoweren.

Ooit startte ik met een VSO-groep van 8 leerlingen. Een mooi aantal om een geweldig proces mee te doorlopen. Hen verder brengen. Dit jaar staat de teller op 13, een stijging van ongeveer 61,5%! In het SO kreeg je er een assistent bij. In het VSO, daar waar de leerlingen in één van de belangrijkste levensfases zijn beland, is geen klassenassistent te vinden. Voor de zomer van 2014 wordt binnen mijn stichting het onderwijs ondersteunend personeel grotendeels wegbezuinigd! Het Sociaal Plan heet dat!? Dit betekent toch echt een hogere werkdruk, of moet ik me niet zo druk maken? Alleen lukt het mij echter niet om het werk voor meer dan 100% te doen…

Vakantie! Een mooie periode om het werk te doen dat is blijven liggen. Toch? Voor mij tijd voor bezinning. Reflectie. Koers(her)bepalen. Nadenken. En dat laatste kan ik beter laten... Het brengt me aan het twijfelen. Twijfel over of ik met het juiste bezig ben. Doe ik hetgeen waar ik echt gelukkig van word? Wie wil ik om me heen hebben en waar wil ik werken? Hoe en waar kan ik het verschil maken?

“Onderzoek beïnvloedt je handelen!” spreekt Van Massenhove tenslotte. Het is een half jaar geleden dat ik besloot op onderzoek te gaan. Eén dag ontslag. Wat een vrijheid. Wat een ruimte. Op (onder)zoek samen met mijn vragen. En ja, dat heeft mijn handelen en visie op onderwijs veranderd! Het heeft me veel moois gebracht in 2013: de Ontdekkingsreis, de Innovatieklas, de eerste opdracht via Meesters in Onderwijs, de start van Pedagogische Tact, mooie en nieuwe ontwikkelingen rondom leerKRACHTkijken en Poeheej én de ontmoetingen met bijzondere en lieve mensen!

En toch, de twijfel bleef. Het denken… En net nadat ik tegen mijn vrouw uitsprak dat ik misschien het speciaal onderwijs beter zou kunnen verlaten, kreeg ik een kaart binnen. Van Fanny!

hooi meneer ronald, de beste wense en een gelukig nieuwjaar! groetjes Fanny

Wensen…die heb ik genoeg! In het ontvangen van haar lieve woorden flitst 2013, de mooie verhalen en alle ontmoetingen voorbij. Ik ben nog niet klaar in het onderwijs! Dat is wat helder is. Er staat me nog wat te #dOEN! Mijn woord voor 2014. Een nieuw jaar vol nieuw werk(en), nieuwe uitdagingen, wensen en verlangens concretiseren. Mijn Ronaldheidanus Thursday heb ik al. Mijn (onder)zoektocht wordt vervolgd. Een open sollicitatie aan dat wat zich aandient. Een warm welkom aan dat wat zich ontvouwt…

Ik koester de nieuwjaarskaart van Fanny! Ik ontvang en deel, wens haar, alle leerlingen & onderwijsmensen in het (speciaal) onderwijs “de beste wense en een gelukig nieuwjaar”!!