Een glimlach in plaats van een correctie!

De groei die een leerling in de loop van een schooljaar meemaakt, ontgaat me nog wel eens. Het besef volgt als je de nieuwe lichting verwelkomt. Op deze eerste schooldag zie ik ze staan. Vrijwel allemaal een koppie kleiner, letterlijk. Ze slenteren over het schoolplein, onzeker nog. Ze weten zichzelf geen houding te geven, zoeken aansluiting. Bij wie voel ik me thuis, bij wie ben ik veilig?

Ik struin wat over het schoolplein en stuit op Michael. Hij valt op. Niet qua lengte. In vergelijking met de anderen is hij overigens absoluut niet klein. Maar het is zijn algehele uitstraling, zijn manier van bewegen en zijn vragende en zoekende blik...
‘Hoi, ik ben meneer Ronald en jouw naam is?’ vraag ik en ik steek mijn hand uit. "Michael!" antwoordt hij met een soort schijnzekerheid. Hij lijkt een soort van 'waarom moet hij juist mij weer hebben...' in zijn intonatie te hebben.  ‘Heeeej, Michael! Goed dat je er bent,’ zeg ik en daar laat ik het bij. Ook in zijn handdruk en lichaamshouding voel ik een soort van onveiligheid.
Het zal zeker niet ons laatste contact zijn. Iets in me zegt dat ik juist met hem 'iets’ moest. Maar wat? Telkens als ik Michael tegenkom in en rond de school, volgt er vanuit mij - met steeds dezelfde intonatie - een ‘Heeeej, Michael!’, gevolgd door een halve knipoog.

De eerste dagen knikt hij alleen een keer zijn hoofd. Het lijkt erop alsof hij denkt dat ik hem voor de gek houd. Na vier dagen komt hij wat los en lijkt hij me te willen 'toetsen'!
‘Heuj Harrie,’ is zijn antwoord op mijn ‘voorspelbare’ groet. Ik bezorg hem een welgemeende grote glimlach. Ons eerste contact, dat is winst dus!

Langzaam begint hij zich veilig te voelen. Hij laat niet direct alles van zichzelf zien. Eerst maar eens de grenzen aftasten. Hij doet zichzelf stoerder voor, zo lijkt het. Ik zeg niets, bevestig zijn toenadering met een glimlach in plaats van een correctie. En dit 'patroontje' herhaalt zich zo een aantal dagen. Tot de tweede week, op woensdag.
‘Hoi meneer Ronald!’
Vanuit de andere kant van de hal hoor ik hem roepen. Ik herken zijn stem direct. Met een grote glimlach draai ik me om. ‘Hoi Michael, hoe gaat ie?’
‘Goed!’
‘Mooi zo, veel plezier vandaag!’
Ons eerste korte gesprek was een feit. En wel op zijn initiatief! Niet ‘stoer’ en ‘aftastend’, maar in contact!

Ik geniet elke keer zo van deze kleine stapjes die leerlingen maken en overduidelijk ook nodig hebben. Door een leerling te volgen en hem/haar het gevoel te geven dat hij/zij zich veilig weet, is een basisvoorwaarde aanwezig voor een vruchtbare relatie waarin ‘geleerd en ontwikkeld’ kan worden. Het is het fundament, de opening voor een verbinding.

De 'Heeeej' - in combinatie met mijn enthousiasme - verzon ik ter plekke. Ook met de handdruk sloeg ik onbewust een pad in. De reactie van Michael - het terugtrekken en in zijn comfortzone blijven - bood mij een uitdaging. Het onbewuste werd bewust: het structureel groeten, op dezelfde toon, de knik, de lach.

Mijn uitdaging zat in het weerleggen van zijn gevoel van onveiligheid. Hij ‘toetste’ mij. Houdt deze leraar mij voor de gek? Mijn reactie was voor hem nieuw, was mijn enthousiasme oprecht? Dat zocht hij uit. Daar was tijd voor nodig.

Inmiddels is voor mij duidelijk geworden hoe Michael communiceert en wat zijn aanspreekniveau is, zowel verbaal als non-verbaal! Het zit in de details: zijn knikjes, het zoeken, zijn bewegingen, de woorden die hij kiest...

Lesgeven is een bijzonder spel. Waarin nog genoeg te ‘toetsen’ is. Met Michael durf ik dat avontuur wel aan. Hij met mij ook!

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten